Alice sprankelt niet in Wonderland

De films van regisseur Tim Burton zijn bijna allemaal een mini-wonderland. Rare wezens, prachtig bizarre decors en soms nog vreemdere verhaallijnen zijn het kenmerk geworden van zijn oeuvre. Dus was het niet verrassend dat Disney Studios bij hem terecht kwam voor een verfilming van Alice in Wonderland.

Maar misschien was het een iets te voor de hand liggende keus. Misschien ook kreeg Burton niet genoeg ruimte van de studio om zijn eigen gedachtenspinsels los te laten op het al eerder verfilmde verhaal. Hoe dan ook, nergens verrast Alice in Wonderland je echt. Zelfs de 3D-versie schijnt nauwelijks extra’s te bevatten, waarschijnlijk omdat de film in 2D is geschoten en via nabewerking een extra dimensie kreeg.

Acteurs in topvorm
Wat resteert is een gedegen bewerking van het bekende Alice-verhaal. Scenariste Linda Woolverton maakte de hoofdrolspeelster twaalf jaar ouder dan in de boeken. Mia Wasikowska speelt de negentienjarige hoofdrolspeelster vlakjes. Ze wordt in een huwelijk gedwongen, wil niet en valt dan in een donker gat een droomwereld in: Wonderland.
Daar tonen zich de andere acteurs wel in topvorm. Zijn vrouw Helena Bonham Carter is de Red Queen, die met enorm voorhoofd continu tegen haar onderdanen schreeuwt ‘off with their head’. Een vondst is Matt Lucas, de homo uit de serie Little Britain, die Tweedledee en Tweedledum speelt. En Johnny Depp is magistraal krankjorem als The Mad Hatter, een rol die een kruising is van die in Fear and Loathing in Las Vegas en die in Charlie and The Chocolate Factory.

Niet donker
Maar waar Burton in laatstgenoemde nog spetterde en sprankelde van regieplezier, is Alice niet meer dan een onderhoudende oefening. Het wordt nergens echt spannend of donker, twee terreinen waar hij meestal wel in uitblinkt. Het script voelt evenmin als een natuurlijke, vloeiende ontdekkingsreis. Alsof de regisseur behekst was door zijn eigen Red Queen.