Centre Pompidou: het museum zelf als kunstwerk

Het museum zelf als kunstwerk, dat was het uitgangspunt van een architectuurtentoonstelling enkele jaren geleden in K20 in Düsseldorf. Het gloednieuwe Centre Pompido in Metz is er een mooi voorbeeld van. En passant presenteerde het in zijn openingsexpositie zelf een overzicht van architectuur in Franse musea.

Het grote Centre Pompidou, gebouwd in de jaren zeventig, was zelf feitelijk één groot architectonisch experiment. Geplaatst in het historische hart van Parijs, een langwerpig paleis van glas en staal van de hand van Renzo Piano en Richard Rogers.
Vanwege de enorme vaste collectie moderne kunst werd besloten om een soort dependance te bouwen. De keuze viel op het noord-Franse Metz: normaal gesproken een plaats waar je op de Route du Soleil met 100 kilometer per uur aan voorbij scheurt.

Weekendtrip
Maar de garnizoensstad heeft genoeg te bieden voor een weekendtrip, zoals bij ons rond oud op nieuw. Het ‘kleine’ Pompidou kan voor de stad wellicht hetzelfde doen als het Guggenheim deed voor Bilbao. Metz staat nu in elk geval op de toeristische landkaart.
Het is een typisch staaltje van citymarketing, het op de kaart zetten van steden middels evenementen en nieuwe musea, wat sinds een jaartje of tien wereldwijd in zwang is.
Voorbeelden te over. In het Midden-Oosten zijn met oliegeld momenteel grote plannen, onder andere voor een dependance van het Louvre van de hand van de Franse sterarchitect Jean Nouvel in Abu Dhabi. Groningen probeerde feitelijk hetzelfde met het hypermoderne Groninger Museum. In Berlijn was en is het Judisches Museum een grote attractie: niet vanwege de tentoonstelling, maar vanwege de opzienbarende architectuur van Daniel Liebeskind.

Pyramide Louvre
Frankrijk heeft een rijke traditie op het gebied van experimenteren en museumarchitectuur, bleek in Metz. De laatste decennia is er een continue stroom van nieuwe gebouwen. De ene fascinerender dan het andere, de pyramide van het Louvre in Parijs is een van de meest geslaagde en bekende voorbeelden.
Er zijn spektaculaire nieuwe gebouwen in aantocht. Vooral in Parijs, waar de Fondation Louis Vuitton waanzinnige plannen van architect Frank Gehry aan het realiseren is.
En het Centre Pompidou Metz zelf? Dat is half geslaagd. Van de buitenkant is het een mooi, speels gebouw met zijn dak van hout en zeil. Dat leverde het gebouw in de volksmond de bijnaam ´smurfenmuts´ op.
Maar in de details rammelt het nog. Het tentdoek bleek op sommige plekken gescheurd door de hevige sneeuwval, de entreehal is niet afgesloten dus bitter koud in de winter, en het eetcafé heeft alleen een buitenterras, dus in de winter moet er een provisorische tent gebouwd worden.

Indrukwekkend
De expositieruimten zelf, beneden in labyrinthvorm en daarboven in langwerpige dozen, zijn geweldig en ruim. De openingsexpositie met meestwerken was net zo indrukwekkend. Als de toekomstige tentoonstellingen net zo’n hoog niveau hebben, is Metz een plek waar toeristen niet meer louter voorbij racen, maar ook stoppen.