L’Immortel: onsterfelijk, maar niet onvergetelijk

Het begin van L´Immortel is veelbelovend. De gepensioneerde gangster Charly Matthei rijdt met zijn zoontje door het broeierige Marseille heen. De autoradio staat op maximaal volume een opera uit te voeren, vader en kind bleèren in de surreële scène voluit mee. Totdat pa zijn voiture in de parkeergarage zet, en een bende gemaskerde mannen hem en zijn auto doorzeeft.

Zo hoort een goede misdaadfilm te openen. Bombastisch, dreigend, op het randje van waanzin. Op de operatietafel halen de artsen 22 kogels uit het lichaam van Charly. Hij heet niet voor niets L’Immortel, de onsterfelijke. Matthei overleeft de aanslag dus, en zint op wraak.

Exercitie
Wat volgt is een wraakexercitie a la Munich, het epos van Steven Spielberg over de aanslag op Israëli’s tijdens de Olympische Spelen in München in 1972. De Mossad, de geheime dienst van Israël, spoorde de daders op en executeerde ze één voor één.
Het is precies wat Matthei van plan is. Veel dieper dan dat gaat het verhaal eigenlijk niet, ondanks de pretenties en de soms aardige aanzetjes. Het geweld is namelijk zo alomtegenwoordig e niet te ontwijken, dat L’Immortel vooral een onderhoudende misdaadfilm is.
Dat is een gemiste kans van regisseur Richard Berry en producer Luc Besson, terwijl ze prachtig materiaal in handen hadden. Besson werkte als regisseur al eerder met hoofdrolspeler Jean Reno in Léon, waarin een huurmoordenaar bevriend raakt met een kind. L’Immortel probeert eenzelfde troef uit te spelen via Matthei en zijn zoontje, maar omdat ze alleen in de openingsscène continu bij elkaar zijn kan ook dat element niet goed uitgewerkt worden.

Broeinest
Hetzelfde geldt voor Marseille, broeinest van spanningen in Zuid-Frankrijk. Een prachtig decor, maar de misdaadcultuur in de straten komt in de film niet tot leven. Het is allemaal een beetje te karikaturaal. Neem nou Tony Zacchia, de aartsrivaal van Charly. Het is een prachtrol van Kad Merad, die de maffiabaas kleur geeft met zijn nerveuze tics. Maar hij woont in een onwaarschijnlijk strak gestyleerd huis waar je je geen gangsterbaas in kunt voorstellen.
Iets te gestyleerd, dat is L’Immortel, ondanks de orgie van geweld. Als Charly begint aan zijn wraakexpeditie, laat hij zijn handtekening (schot in het voorhoofd en eentje in het hart) achter op zijn slachtoffers, zonder dat het te bloederig wordt. Erger nog: zonder dat het echt heel spannend wordt, wegens een overdosis aan geweld.
Als de twee boevenbazen elkaar aan het einde ontmoeten, lijkt alles toch nog goed te komen in een korte maar intelligente dialoog. Zacchia debiteert een wijze levensles, die hij zelf meteen ontkracht door zijn eigen daden. Zelfs een einde met een Usual Suspects-tintje kan L’Immortel niet boven de middelmaat uit tillen. Waar het magistrale Un Prophète de rauwe realiteit van het Franse gevangenisleven schetste, is L’Immortel een oppervlakkige schietoefening van de misdaad in Marseille.