State Of Play: geweldig plot, matige uitwerking

Vies, vettig haar, een bierbuik, whiskeydrinker, vrijgezel en eigenaar van een afgeragde auto: Russell Crowe zet journalist Cal McAffrey net bepaald op een originele manier neer. Van de uitdieping van karakters moet de thriller State Of Play het dus niet hebben, wel van het plot.

Dat is niet zo vreemd, omdat Tony Gilroy een van de schrijvers is. Hij was eerder al betrokken bij de uitstekende, gelaagde en ingenieuze scripts voor Michael Clayton en Duplicity, twee thrillers over bedrijfspolitiek. Bovendien beschikte Gilroy deze keer over prima bronmateriaal, namelijk de gelijknamige Britse tv-serie.

Washington
Het plot is deze keer verplaatst naar Washington, waar journalist McAffrey geconfronteerd wordt met een dubbele moord. Tegelijkertijd raakt zijn vriend, congreslid Stephen Collins (gespeeld door Ben Affleck), politiek zwaar beschadigd vanwege een seksuele relatie.
Dat die twee voorvallen met elkaar te maken hebben wordt al snel duidelijk. De vriendschap tussen de journalist en de politicus voegt daar een extra spanningslaag aan toe. Dat werkt aardig, al zindert het tussen Crowe en Affleck nooit helemaal omdat het plot uit de tv-serie er in twee uur doorheen gejaagd moet worden. Dat houdt het tempo in de film, maar geeft de uitstekende acteurs niet de kans te excelleren.

Cliché
Bovendien blijven de clichés storen. Zo wordt McAffrey geassisteerd door een bloggende journaliste, iemand die door de ervaren verslaggever aanvankelijk uiteraard niet serieus genomen kan worden. En voor de subtiliteit uit de serie is in State Of Play evenmin veel ruimte. Dat je uiteindelijk toch met een voldaan gevoel de bioscoop uit loopt, ligt dan ook vooral aan de gelaagdheid van het plot. Want net als in Duplicity en Michael Clayton is er geen zwart of wit en is de wereld niet zo eenduidig als het aanvankelijk lijkt.