Bony King: singer-songwriter van buitencategorie

Daar sta je dan, in de platenzaak, met een waardebon van twintig euro. Te besteden aan die fijne plaat van Anna Calvi die je als mp3 al gedownload hebt, of toch aan die frele Belg die je een jaar eerder zag op een koude dinsdagavond?

Die Bony King of Nowhere trad toen met zijn band op in een glazen kas, het intieme hoofdpodium van het kleine Tweetakt festival op de Neude in Utrecht. Gekleed in coltrui, gewapend met gitaar en een hemelse stem. Te verlegen om veel te zeggen tussen de nummers door, maar die strot en de daarmee contrasterende introvertie intrigeerden.

Banhart
Zijn eerste cd Alas My Love had juichende kritieken gekregen, de vergelijkingen met Devendra Banhart waren niet van de lucht. Talent heeft Bram Vanparys, de twintiger die alle liedjes schrijft, inderdaad genoeg. Maar de nummers klonken destijds nog wat onaf. Iets te weinig structuur om echt te kunnen boeien.
Juist daarom is zijn tweede Eleonore zo’n openbaring. De liedjes duren langer en zitten veel beter in elkaar, waardoor de spanningsboog nergens instort. Al in opener Sleeping Miners weet Vanparys te boeien, en dat houdt hij met gemak een heel album vol.

Teksten
Het knappe van de Gentenaar is dat hij met zijn teksten niet alles zegt, maar wel alles voelbaar maakt. Met de prachtige strofe ‘Mother, listen before I go / I have only this to say / Love is a word that I rarely use’ sluit hij de plaat af, en op dat moment weet je definitief naar een uniek talent geluisterd te hebben.