Hot Chip mikt erg vaak raak

De lakmoesproef is altijd om een band zijn nummers akoestisch te laten spelen. Pas dan blijkt of de songs sterk genoeg zijn om zonder alle bling-bling overeind te blijven. De nieuwe Hot Chip is zo’n plaat die je wel eens ‘unplugged’ zou willen horen. En waarvan je bijna zeker weet dat hij die ultieme test doorstaat.

Want de Britse electropoppers zijn op hun vierde album One Life Stand weer een stukje doorgegroeid. De lichtvoetigheid is er nog steeds, vooral doordat de meeste composities behoorlijk basic zijn gehouden qua synthesizerlagen en de iele stem van übernerd Alexis Taylor een kalmerende werking heeft. Het geeft Hot Chip een huppelend, aangenaam, lekker kauwbaar ritme mee.

Volwassens
Maar compositorisch en tekstueel is het allemaal niet zo lichtvoetig. Bijna elke song heeft een begin, midden en eind. En Taylor (de man met het brilletje) zingt zonder veel omwegen over zijn privéleven.
Het geeft One Life Stand iets directs en volwassens mee. Het is niet alleen feestmuziek, al is het overgrote deel van de plaat dansbaar. Maar neem bijvoorbeeld Slush, een onvervalste tearjerker. En Keep Quiet is van hetzelfde slag, al ontbreekt hier nog de diepte en rijpheid die Massive Attack wél heeft.

Potentie
Daar ligt dus nog groeipotentie voor Hot Chip. Ook liggen er kansen in het tweede deel van de plaat, want daar zakt het niveau soms in. Maar One Life Stand is een fijn album, van een act die steeds beter op zijn gemak klinkt.