Strap up your balls and play rock: AC/DC!

Bands moeten zich blijven ontwikkelen, op zoek gaan naar nieuwe wegen, is de communis opinio. Prima, maar graag met één uitzondering: AC/DC!

Bavaria maakt graag tv-reclames over oermensen, stoere mannen die volgens het biermerk toen al het gerstenat dronken. Waarschijnlijk zouden die mannen ook al geluisterd hebben naar de muziek van de Australische rockers, als die destijds al bestaan zou hebben. Want de vierkwartsmaat rock met riffs als cirkelzagen is de oervorm van het genre. Basaal en onontkoombaar.

Opblaaspop met borsten
Voor subtiliteit was dinsdag in de Amsterdam Arena geen plek, en dat was voor één keer niet erg. Bij Whole Lotta Rosie ging een enorme opblaaspop met nog grotere borsten de lucht in, tijdens afsluiter For Those About To Rock We Salute You knalden de kanonnen. En de geluidsman haalde een oude truc uit: bij de support acts stond slechts de helft van de boxen aan en klaagde iedereen alweer over het slechte geluid in de Arena, maar vanaf de eerste riff van AC/DC was het geluid kraakhelder en op volle kracht en bleken de akoestische maatregelen (zwarte doeken tegen het dak voor de demping) wel degelijk effect te hebben in de Amsterdam Arena.
Het publiek in het uitverkochte stadion werd dus weggeblazen door de Australiërs, want ondanks de incidentele showelementen draaide het om de muziek. Opener Rock N Roll Train, de eerste single van het laatste album Black Ice, sluit naadloos aan op het eerdere werk. Drummer Phil Rudd is de stoomlocomotief die AC/DC twee uur lang in vrijwel hetzelfde tempo voort stuwt. Brian Johnson declameert met zijn rauwe afgeknepen stem de eenregelige refreintjes (Hells Bells, Back in Black, Highway to Hell, ze kwamen allemaal langs). En gitarist Angus Young, die in de Achterhoek woont, brengt met zijn riffs en rare fratsen het publiek als extase.

Hells Bells!
Zo gaat dat al bijna vier decennia bij AC/DC. En zo mag het nog een hele tijd blijven. Niks aan veranderen totdat de bandleden, inmiddels allemaal rond de zestig, daadwerkelijk in de hel belanden en daar vrolijk verder gaan met hun basale rock. Hells Bells!