Casino Royale

‘My name is Bond, James Bond’. Daniel Craig, de nieuwe 007, krijgt deze legendarische zin pas in de allerlaatste seconden van Casino Ryale, Bond-film nummer 21, over zijn lippen. En dat is niet de enige breuk met de tradities.
Dat Craig blond is, zorgde bijvoorbeeld al voor verhitte discussies onder fans van de geheim agent. Hij zou te soft zijn voor deze rol, schreven de tabloids. Maar de hoofdrolspeler, ervaren op het toneel en in de film, tilt Casino Royale nou juist naar grote hoogten.
007 is in de film nog maar net begonnen als gehgeim agent en moet zich volop bewijzen. Daarin is hij een man van vlees en bloed, in plaats van iemand die met allerlei technologische gadgets weet te ontkomen. Hij is kwetsbaar en kil, warm en fataal tegelijk. Geen jetset-type in een smoking, al draagt Craig die wel in het casino. Nee, met zijn blauwe ogen lijkt hij dwars door zijn tegenstrevers en recht in het hart van de ouwen tegenover hem te kijken.
Het plot dan: Casino Royale is al eens eerder verfilmd. Door de scenaristen is het boek van Ian Fleming verplaatst naar het heden. De schurk Le Chiffre wast het geld van guerrrillaleiders en drugshandelaren in Afrika wit door er op grote schaal mee te speculeren. Zijn voorkennis: hij weet wanneer er terroristische aanslagen komen, omdat Le Chiffre ze zelf op touw zet. Bond moet dat zien te voorkomen en het netwerk ontrafelen achter de witwasserij. Dat kost hem 140 minuten. Een beetje lang? Nee, al is het enige kritiekpuntje dat de finale ontknoping wel wat lang op zich laat wachten.